Monalyse
Blog6 min7 oktober 2026

Deel dit artikel

Deepfakes en desinformatie: 60% van de woordvoerders maakt zich zorgen over de reputatie. Wat doe je ertegen?

Deepfakes en desinformatie: 60% van de woordvoerders maakt zich zorgen over de reputatie. Wat doe je ertegen?

Woordvoerders zijn niet bang dat AI hun baan overneemt. Ze maken zich echter wel zorgen over wat AI met het medialandschap doet. Uit het Nationaal Onderzoek Woordvoering 2026 blijkt dat 59,6% zich zorgen maakt over de impact van AI-gegenereerde desinformatie en deepfakes op de reputatie van hun organisatie. De dreiging komt dus niet van binnenuit, maar van buitenaf. Dit artikel gaat over deepfakes en desinformatie als reputatierisico: waarom woordvoerders zich hierover zorgen maken en wat je concreet kunt doen om de eerste signalen tijdig op te vangen.

Desinformatie kun je niet altijd voorkomen, maar je kunt deze wel vroegtijdig signaleren. Wie binnen enkele minuten in plaats van dagen op de hoogte is, kan sneller reageren en houdt meer grip op de situatie.

Wat het onderzoek zegt over desinformatie

Het Nationaal Onderzoek Woordvoering 2026, een initiatief van Monalyse en Sterk Werk Communicatie & Strategie, legde 250 woordvoerders de stelling voor: “Ik maak me zorgen over de impact van AI-desinformatie en deepfakes op onze organisatiereputatie.” 59,6% was het daarmee eens of helemaal eens. Slechts een kwart was het oneens.

Ter vergelijking: op de stelling dat AI de eigen baan overneemt, antwoordde 88,8% ontkennend. Het volledige rapport is te vinden op woordvoerderonderzoek.nl.

Waarom de zorg zo breed gedeeld wordt

De respondenten hebben gemiddeld 13,4 jaar ervaring in het vak. Ze weten hoe snel onjuiste informatie zich kan verspreiden en hoe lastig het is om een eenmaal ontstaan beeld te corrigeren. Door AI wordt het steeds eenvoudiger om geloofwaardige desinformatie te maken. Voor een overtuigende nepvideo van een bestuurder of een verzonnen citaat zijn geen grote budgetten of specialistische middelen meer nodig. Een respondent uit de publieke sector verwoordde het als volgt: “Journalisten en woordvoerders staan in tijden van AI en fake news samen aan de lat voor betrouwbaarheid van nieuws.”

Deze zorgen passen binnen een bredere ontwikkeling. Uit het Digital News Report 2026 blijkt dat het vertrouwen in het nieuws onder druk staat en dat veel Nederlanders moeite hebben om echte informatie van nepnieuws te onderscheiden. Dat maakt het voor organisaties des te belangrijker om onjuiste berichtgeving tijdig te signaleren en waar nodig te corrigeren. Meer over de invloed van deze ontwikkeling op de reputatie van organisaties lees je in ons artikel over vertrouwen in het nieuws.

Hoe desinformatie zich verspreidt

Desinformatie begint zelden in een landelijk dagblad. Het begint in een besloten groep, een reactie onder een post, een kanaal buiten de reguliere media. Pas als het patroon groeit, pikt een redactie het op. Op dat moment is het bericht al dagen in omloop. Woordvoerders in het onderzoek benoemen precies dit: “Het komt nogal eens voor dat een artikel, item of social post al volop rondgaat voordat het voor mij zichtbaar is in de monitoring.”

Wie alleen nieuwsmedia volgt, ziet desinformatie dus structureel te laat.

Wat woordvoerders zelf noemen als uitdaging

In de open antwoorden wijzen woordvoerders op verschillende uitdagingen. Zo wordt het steeds lastiger om authentieke en menselijke content te onderscheiden van AI-gegenereerde berichten en nepnieuws. Ook noemen ze het herkennen van betrouwbare mediabronnen en de beperkte zichtbaarheid van wat er speelt in besloten groepen en op sociale platforms.

Een respondent noemt een ander risico. Bij zijn organisatie zijn 30.000 vrijwilligers betrokken die volgens hem onbedoeld bijdragen aan een onjuist beeld van de organisatie in AI-systemen. Daarmee ontstaat een nieuwe uitdaging: niet alleen wat anderen over je organisatie zeggen, maar ook welke informatie AI-systemen over je organisatie overnemen en vervolgens verspreiden.

Stap 1: signaleer vroeg, ook buiten de nieuwsmedia

De eerste verdedigingslinie is zicht. Dat betekent social media monitoring met realtime alerts, niet alleen een dagelijks overzicht van de kranten. Stel een lage drempel in voor plotselinge pieken rond je naam, je bestuurders en je kernthema’s. Een enkele tweet is ruis, tien tweets in een uur met dezelfde claim is een signaal.

Vul dat aan met een zoekopdracht die ook zoekt op varianten en verdraaiingen van je naam. Desinformatie gebruikt zelden je officiële spelling.

Stap 2: bepaal of het een issue of een incident is

Niet elk onjuist bericht verdient een reactie. Wie op alles reageert, geeft ruis het podium dat het niet verdient. De vraag is: verspreidt het zich, wie deelt het, en raakt het een gevoelig thema? Dat is klassiek issue management: een kwestie volgen tot het moment dat hij wel of niet actie vraagt.

Een omgevingsanalyse helpt hier. Die laat zien welke thema’s al gevoelig liggen in jouw omgeving, en dus waar een nepbericht het snelst grip krijgt.

Stap 3: reageer proportioneel

Groeit een onjuist bericht wel, reageer dan snel, feitelijk en op het kanaal waar het speelt. Een persbericht helpt niet tegen een deepfake die in een besloten groep rondgaat. Een korte, verifieerbare correctie op hetzelfde platform wel. Zorg dat journalisten je feitelijke reactie direct kunnen vinden, zodat zij het nepbericht niet als enige bron hebben. Zoals een respondent schreef: kwaliteit van het antwoord boven snelheid, maar wel binnen het tempo van het bericht.

Stap 4: bouw vooraf aan vertrouwen

De beste bescherming tegen desinformatie is een reputatie die vóór het incident is opgebouwd. Organisaties met een herkenbaar, consistent verhaal en goede relaties met journalisten krijgen het voordeel van de twijfel. Dat sluit aan bij de 45,6% van de woordvoerders die zegt dat persoonlijke relaties met journalisten juist waardevoller worden nu AI content maken makkelijker maakt. Hoe je die relatie onderhoudt, lees je in woordvoering: 10 do’s en don’ts.

Wil je weten hoe snel jouw organisatie een onjuist bericht nu ziet? Vraag een vrijblijvende demo aan. We laten zien wat er de afgelopen weken over je is gezegd, ook buiten de nieuwsmedia.

Conclusie
Zes op de tien woordvoerders zien deepfakes en desinformatie als een reëel risico voor de reputatie van hun organisatie. Terecht: de drempel om overtuigende nepcontent en misleidende berichtgeving te maken is verdwenen. Wat je wel in de hand hebt, is hoe snel je dit signaleert en hoe je erop reageert. Daarbij zijn vier zaken van belang: realtime monitoring, een goede afweging tussen een incident en een groter issue, een proportionele reactie en vertrouwen dat je al vóór een mogelijke crisis hebt opgebouwd. Wil je weten hoe snel jouw organisatie onjuiste berichtgeving signaleert? Vraag een vrijblijvende demo aan.

Veelgestelde vragen
Hoeveel woordvoerders maken zich zorgen over deepfakes?
59,6% van de Nederlandse woordvoerders maakt zich zorgen over de impact van AI-desinformatie en deepfakes op de reputatie van hun organisatie. Dat is een duidelijke meerderheid, terwijl slechts 4% vreest dat AI de eigen baan overneemt.

Hoe signaleer je desinformatie over je organisatie vroeg?
Door realtime social media monitoring met een lage drempel voor plotselinge pieken rond je naam, bestuurders en kernthema’s, aangevuld met een zoekopdracht die ook varianten en verdraaiingen van je naam vangt. Wie alleen nieuwsmedia volgt, ziet desinformatie structureel te laat.

Moet je op elk onjuist bericht reageren?
Nee. Reageren op ruis geeft het een podium dat het niet verdient. Beoordeel eerst of het bericht zich verspreidt, wie het deelt en of het een gevoelig thema raakt, en reageer dan proportioneel op het kanaal waar het speelt.

Wat beschermt het beste tegen reputatieschade door desinformatie?
Een reputatie en journalistenrelaties die vóór het incident zijn opgebouwd. Organisaties met een consistent verhaal en vertrouwde contacten krijgen het voordeel van de twijfel als er een nepbericht opduikt.

Auteur

Harry Scholte

About the Author: Harry Scholte

Avatar foto
Harry Scholte richtte in 1992 communicatie- en pr-bureau Sterk Werk Communicatie op en ontwikkelde daarbinnen de Monalyse-tool voor media- en omgevingsanalyse. Vijftien jaar geleden werd Monalyse een zelfstandige bv; Harry is er nog altijd nauw bij betrokken. Zijn vakgebied is de impact van communicatie: het bouwen en beschermen van merken en reputaties tijdens issues, calamiteiten en crisis, en de digitalisering van het communicatievak.

Meer inzichten